Twee werelden binnen één gebouw

Architect Dikkie Scipio over het nieuwe museum

November 2011 zal in de annalen van het museum geboekstaafd staan als een keerpunt: toen ging de verbouwing van start. Het gaat om de eerste echt ingrijpende verandering aan het museumgebouw, dat in 1890 werd opgetrokken. Het Masterplan van het museum is een project van het Rotterdamse bureau KAAN Architecten. Dat bureau bestaat uit een internationaal team van architecten, urbanisten, ingenieurs en grafisch vormgevers onder leiding van Kees Kaan, Vincent Panhuysen en Dikkie Scipio.

Vooraanzicht van het nieuwe museum. KAAN Architecten

Dikkie Scipio: “Het masterplan is gebaseerd op het idee dat je het gebouw moet zien als een onderdeel van de 19de-eeuwse museumcollectie. Die zal in een snel veranderende omgeving alleen maar aan monumentaliteit winnen als ze zich onveranderd toont. De kwaliteit van het interieur van het oude gebouw ligt in de route die men door de zalen kon lopen, als een wandeling door een park. Inmiddels was die totaal verstoord door later ingebrachte functies. De uitdaging is om deze route te herstellen, het museum tegelijk uit te breiden met functies van nu en met extra tentoonstellingszalen, én het gebouw van buiten als ongewijzigd te presenteren.”

Eén van de benedenzalen in het nieuwe verticale museum. KAAN Architecten

Jullie brengen een nieuw museum binnen in het oude gebouw. Waarom?

Dikkie Scipio: “Zoals ik al zei is het basisconcept voor het museum dat we het 19de-eeuwse gebouw met de bijbehorende museumrondgang zo veel mogelijk willen herstellen. De noodzakelijke uitbreiding van haar kant verbergen we in een verticaal museum met vier binnenhoven, patio’s, en met bovenin een grote zaal. Het nieuwe museum zal niet te zien zijn vanuit het oude. Het worden daadwerkelijk twee volstrekt verschillende werelden binnen één gebouw. In het oude museum maken we weer de statige oude zalen in de originele kleuren. Het nieuwe verticale museum moet echt overdonderend zijn door de ruimtebeleving en het moet aanzetten tot manieren van exposeren die voor het KMSKA nieuw zijn.
Behalve het museumconcept vormen de publieksruimten een belangrijk onderdeel van het ontwerp. Het nieuwe museum is het eerste deel waar men binnenkomt en kennismaakt met het KMSKA. De indrukwekkende negentiende-eeuwse inkomhal krijgt hier zijn 21ste-eeuws equivalent. Het wordt een omgeving die helemaal voldoet aan de verwachtingen van deze tijd. Het zal prettig en inspirerend worden om er te zijn, ook als ontmoetingsplaats, uit nieuwsgierigheid of om iets op te zoeken.”

Een vraag die wij als museum vaak krijgen van onze bezoekers: waarom duurt de verbouwing zo lang?

Dikkie Scipio: “Het is eigenlijk niet zo lang als je ziet wat die verbouwing werkelijk inhoudt. Het gebouw was in slechtere staat dan gedacht, waardoor de aanbesteding voor ontwerp en uitvoering opgedeeld werd. Tijdens fase I werd alles uit het gebouw gehaald wat er na de oplevering in 1890 is ingebracht: valse wanden, extra constructies, oude installaties, een atoombunker, asbest. En we hebben een nieuw schilderijendepot gemaakt in het hart van het museum. In fase 2 – die in december 2014 van start ging – konden we pas echt beginnen bouwen.”

Afbraak van de atoombunker in fase 1 van het Masterplan. Foto: Karin Borghouts

Welke toegevingen op het ontwerp hebben jullie in de loop der jaren moeten doen?

Dikkie Scipio: “In het masterplan zat initieel een polyvalente zaal op het dak, die gebruikt kon worden voor feesten of ontvangsten. Daar was uiteindelijk geen geld voor. Spijtig, maar goed. Nog liever zou ik gehad hebben dat het restauratieniveau van het volledige gebouw hoger had kunnen liggen. Nu kunnen we maar een beperkt aantal zalen volledig renoveren.”

"Het nieuwe verticale museum moet echt overdonderend zijn door de ruimtebeleving."

– Dikkie Scipio

Hoeveel zalen komen er uiteindelijk bij?

Dikkie Scipio: “Heel wat. De grootste uitbreiding wordt bereikt door de reorganisatie van het bestaande gebouw. In de oude situatie was de plint nagenoeg volledig gevuld met technieken. Door die allemaal uit het bestaande gebouw te halen komt er ruimte vrij. De technische installaties krijgen vanaf nu een plaats in de nieuwbouw, en wel op één plaats. Ze worden gestapeld in de eerste twee patio’s. Daarnaast creëert het nieuwe museum natuurlijk ook extra ruimtes. Het museum gaat zo van 37 naar 50 zalen, waarvan één die 14 meter hoog zal zijn. Dat geeft uiteraard ook meer mogelijkheden om circuits te maken bij tentoonstellingen.”

Staalstructuur: In de voormalige patio’s van het oude museumgebouw wordt de staalstructuur van het gloednieuwe museumvolume geplaatst. Foto: Karin Borghouts

Er is gekozen om geen verbinding te maken tussen het oude en het nieuwe museum. Is dat geen gemiste kans?

Dikkie Scipio: “Het is net de bedoeling dat er geen verbinding is. We willen het 19de-eeuwse museum conserveren, zodat je het kunt beleven zoals het was. Het nieuwe museum is op een heel andere manier georganiseerd en moet tot een andere ruimtebeleving leiden. In het oude museum is er een doorlopende ruimtebeleving in horizontale zin, in het nieuwe museum zal de ruimtebeleving in verticale zin gebeuren. De bovenste zaal is een daglichtzaal, en in de niveaus daaronder zijn vides uitgespaard. Zo kan het daglicht naar beneden, op bepaalde plaatsen zelfs tot op het gelijkvloers. Daarom spreken wij van het “verticale museum”. Dat zijn twee verschillende concepten die naast elkaar veel waarde hebben maar die, als je ze door elkaar zou gebruiken, veel van hun individuele aantrekkingskracht zouden verliezen.”

Dit interview verscheen eerder in museummagazine ZAAL Z en werd aangevuld en geactualiseerd voor deze online publicatie.