“Dat is het!”: het scheppingsverhaal van Het Zotte Geweld / De Dwaze Maagd

Museumcurator Herwig Todts onderzoekt 100 jaar na de dood van Rik Wouters het ontstaansproces van diens iconische beeldhouwwerk Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd.  

Dit is een fragment uit ‘Het Zotte Geweld van Rik Wouters, een ongecompliceerde uitbeelding van lust’, een essay dat Todts schreef voor de publicatie Lust for Life. Die verschijnt deze week bij Uitgeverij Hannibal.

Op 7, 10 en 12 december 1907 gaf de Amerikaanse Isadora Duncan (1877-1927) dansvoorstellingen in de Brusselse Muntschouwburg. Hélène (Nel) Wouters en haar echtgenoot Rik woonden een namiddagvoorstelling bij. Duncan danste op stukken uit Mozarts Don Giovanni, Christof Willibald von Glucks Orfeo en Euridice, op barokmuziek van Jean-Philippe Rameau, François Couperin en Arcangelo Corelli, en op romantische muziek van Franz Schubert. Ze eindigde haar voorstelling met de fameuze Skythendans uit Iphegeneia in Tauris, opnieuw van Gluck. Het succes was overweldigend. Volgens Nel werd haar echtgenoot van zijn sokken geblazen door dat slot. Het beeld Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd werd die middag in 1907 geconcipieerd.

Waarom ging Rik en Nel bij wijze van uitzondering naar een dansvoorstelling kijken? Voor Wouters-biograaf Eric Min is het antwoord eenvoudig: ze werden aangetrokken door “Duncans onbeschroomd sensueel vertoon”. Duncan wilde volgens Katharina Van Dijck – die sedert 2010 aan de Université Paris aan een proefschrift over Duncans choreografieën werkt – nochtans de danskunst verheffen tot een “kuise” en ernstige kunstvorm. Onderzoeker Staf Vos  van Het Firmament beschrijft in Dans in België 1890 – 1940 hoe ze daardoor ook een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van een nieuw dansideaal in ons land.

In de loop van de 19de eeuw werd het romantische ballet beschouwd als een kunstvorm van ondergeschikt belang; ballerina’s en danseressen waren nauwelijks meer dan vrouwen van “lichte zeden”. Isadora Duncan vertrok onder meer van de gymnastiek en begon kort voor de eeuwwisseling in New York op te treden als solodanseres. Ze vertrok in 1898 naar Europa en zou daar pogen opzet, inhoud en vorm – houdingen en bewegingen – van de danskunst te vernieuwen. Daartoe bestudeerde ze onder meer antiek-Griekse voorstellingen van maenaden en andere danseressen. Duncan werd zo een boegbeeld van een beweging die de danskunst wilde laten erkennen als een volwaardige en zelfstandige kunstvorm, en die tegelijkertijd de reputatie en het statuut van de danseres als scheppend kunstenaar wilde veranderen. Ze werd gewaardeerd als een vertegenwoordiger van de avant-garde.

Onwaarschijnlijke combinatie van bewegingen

Op basis van de opvattingen en inspiratiebronnen van Duncan, beschrijvingen en afbeeldingen van haar dansen en haar pedagogische nalatenschap poogt Katharina Van Dijck de houdingen en bewegingen van Duncans choreografieën te reconstrueren. Zij gaf in 2016 op een colloquium in Bordeaux een uiteenzetting en een korte demonstratie. De overeenkomsten tussen Duncans manier om in een combinatie van rennen en huppelen haar romp en hele lichaam in beweging te brengen, en de houding van Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd is treffend. Maar vergeleken bij de schetsen en studies die Maurice Denis, Antoine Bourdelle, André Dunoyer de Segonzac of Jean-Jacques Gaillard van de dansen van Duncan maakte, lijkt het beeld van Wouters niet echt op de voorstelling van een welbepaalde houding of beweging van haar. Het is veeleer een wat onwaarschijnlijke combinatie van enkele opvallende bewegingen, houdingen en gebaren. Van Dijck is het met mij eens dat de houding van Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd wellicht niet uitvoerbaar is: de danseres zou gewoon achterovervallen.

"De houding van Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd is wellicht niet uitvoerbaar: de danseres zou gewoon achterovervallen."

– Herwig Todts, curator KMSKA

Volgens Nel Wouters ging aan Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd een eerder opzet vooraf. In 1907 waagde Rik zich een tweede keer aan een inzending voor de Godecharleprijs voor beeldhouwkunst. Hij wilde een danseres voorstellen die de ene voet kruiselings voor de andere zet, lichtjes achteroverleunt en haar armen achterwaarts in de hoogte strekt – wat min of meer overeenstemt met de vijfde basispositie van het klassieke ballet. Nel moest in deze houding voor Rik poseren maar werd ziek. In haar memoires beschrijft ze hoe ze, uitgeput door haar ziekte, niet langer in staat was om haar armen omhoog te houden. Ze zakten naast haar lichaam en zo werd de danseres de naakte vrouw die Wouters Dromerij doopte. In plaats van te zoeken naar een oplossing voor de hoog geheven maar vermoeide armen van zijn model – een staf om op te steunen of iets dergelijks – zou Wouters prompt beslist hebben om dan maar geen danseres te maken.

Links: Rik Wouters, Dromerij, KMSKA Rechts: Rik Wouters, Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd, KMSKA. Foto's: Lukas Art in Flanders - Hugo Maertens

Links: Rik Wouters, Dromerij, KMSKA Rechts: Rik Wouters, Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd, KMSKA. Foto's: Lukas Art in Flanders - Hugo Maertens

Hoe het echte verhaal ook is, Edgard Tytgat heeft in zijn suite van gekleurde houtgravures, Quelques images de la vie d’un artiste à la mémoire de mon ami Rik Wouters, quelques souvernirs (1917), precies zo’n standbeeld met de armen boven het hoofd afgebeeld.

Een wanhopige kramp

In 1952, veertig jaar na het ontstaan van Het Zotte Geweld/De Dwaze Maagd, heeft Nel in een afzonderlijk geschrift, Le Roman de la Vierge folle, het ontstaansproces vastgelegd. Opnieuw speelt zijzelf een cruciale rol. Onmiddellijk na het optreden van Isadora Duncan poogt Rik volgens Nel in een overvloedige reeks tekeningen zijn herinnering aan de Skythendans vast te leggen. Merkwaardigerwijze is niet één van deze tekeningen sedertdien gepubliceerd of tentoongesteld. Misschien is het beeld wel helemaal niet het resultaat van een rusteloze experimentele zoektocht maar is het veeleer geboren uit een plotse, geïnspireerde ingeving?

Hoe dan ook, volgens Nel begint Rik pas in 1909 aan de realisering van het beeld zelf. Hij werkt in het kleine atelier op de zolder van hun huisje in Bosvoorde en is lange tijd ontevreden over de houdingen die hij zijn model, Nel, laat aannemen. Op zoek naar de ultieme danspose laat hij haar steeds nieuwe houdingen uitproberen: “Un seul mouvement, pouvait-il évoquer cette suite de mouvements de la danseuse, …?” Moegetergd en opstandig gooit Nel ten slotte naar eigen zeggen haar lichaam in een wanhopige kramp. En geloof het of niet, maar Rik verzucht: “Dat is het!”

De herfst van Rik Wouters

cover Lust for life

Cover Lust for life

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat Rik Wouters stierf. Het KMSKA werkt mee aan twee expo’s die het werk van deze kunstenaar centraal stellen: Zot Geweld/Dwaze Maagd in Mechelen en Rik Wouters en het huiselijk utopia in het Modemuseum Antwerpen. De Mechelse expo opent op 26 augustus 2016.

Bij deze expo’s verschijnt de duopublicatie Lust for Life, uitgegeven door Uitgeverij Hannibal met essays van de curatoren, artikels en interviews. Dit artikel is een fragment uit het essay van Wouterskenner en KMSKA-curator Herwig Todts. Aan Lust for life werkten verder volgende auteurs mee: Valérie Herremans, Staf Vos & Hans Martens. Patrick De Rynck interviewde Dirk Jaspaert, Corine Van Hellemont, Ellie Van den Brande, Alain Platel, Michaël Priëels, Birsen Taspinar, Paul Verhaeghe.